Aquarium vissen in hun natuurlijke omgeving.


Onze vissen kan je volgens hun eetgewoonte onderbrengen in drie groepen, de carnivoren of vleeseters,amazone rivier de herbivoren of planteneters, de omnivoren of alleseters die zowel plantaardig als dierlijk voedsel opnemen. De vissen hebben in de loop van miljoenen jaren zich aangepast aan de manier van voedselopname en aan de soorten voedsel die in hun leefomgeving in toereikende mate voorkomen. Deze voedingsgewoonte van onze vissen komen ook in ons aquarium tot uitdrukking , zeker als dit wildvang vissen zijn, waarvan het grootste deel zich aanpast en vaak noodgedwongen moet afzien van hun natuurlijke eetgewoonte om in leven te kunnen blijven. Een voorbeeld vinden we bij de Mollienesia-soorten die we als omnivoren (alleseters) kennen, maar eigenlijk vissen zijn die plantaardig voedsel zoals algen als hoofdvoedsel op hun dieet hebben staan. De meeste van de andere levend barende tandkarpers hebben ook een goed percentage groenvoer nodig.

Piranha’sDe echte carnivoren (vleeseters) beschikken in de vrije natuur over een zeer groot voedselaanbod dat loopt van grote zoogdieren, die door hen worden aangevallen en tot op het skelet worden verscheurd zoals door de overbekende Piranha’s of tot de kleinmondige plantoneters als de Nannostomus-soorten en vele andere. Het is dan ook noodzakelijk tegemoet te komen aan hun eetgewoonten en we moetenNannostomus-soorten in een aquarium zorgen voor het juiste voedsel wanneer we succes willen hebben met de kweek. Het is heel belangrijk hun eetgewoonte te kennen alsook hun manier van leven in hun natuurlijke omgeving. De natuurlijke vindplaatsen staan in nauwe relatie tot hun dieet.

Carnegiella strigataEen vis die zich de meeste tijd ophoudt aan het wateroppervlakte, voedt zich meestal met insecten die op het water vallen of zo dicht bij het water vliegen, dat zij met een goedgerichte sprong buitgemaakt kunnen worden. Een mooi voorbeeld van vissen die uit het water naar hun prooi springen zijn de Bijlzalmen, Gasteropelecus en de Carnegiella.

De vissen die zich voeden met andere kleinere vissen nabij het Epiplatys Sexfasciatuswateroppervlakte hebben meestal een lange gestroomlijnde vorm. Deze andere die hun prooi eerst besluipen en dan plotseling overweldigen, worden getypeerd door de Panchax-soorten (Epiplatys, Aplocheilus, enz) en enkele levendbarenden.

Nu komen we toe aan de vissen die meestal de middenwateren bewonen. In neon tetrastromend water vinden we goedgevormde, gestroomlijnde vissen die actieve zwemmers zijn, zoals de Danio’s (Brachydanio, Danio). De middenzone van rustiger wateren wordt meestal bewoond door vissen zoals de Tetra’s, die de neiging hebben in scholen te zwemmen (Hemigrammus, Hypbessobrycon, enz.

Dan is er een andere groep die meer gericht is op scalareshet bewonen van met riet of met waterplanten begroeide wateren. De soorten welke hier voorkomen zijn zijdelings meestal sterk samengedrukt, waardoor zij zich tussen de opgaande stengels gemakkelijk kunnen bewegen. Onze welbekende maanvis, Pteropbyllum scalare en de Discusvis, Symphysodon zijn daar voorbeelden van. Weer andere houden zich jagend op voedsel zich tussen waterplanten op. Zij hebben een lang dun lichaam met kleine vinnen. De potloodvisjes (Nannobrycon, Nannostomus) zijn hiervan goede voorbeelden.

corydoras juliiDe volgende zone wordt gevormd door de bodem in het zelfde water. Hier vinden we vissen die hun voedsel van de bodem oppikken of graven naar levend voedsel in de grond. De vissen zijn voorzien van een onderstaande bek, vaak door baarddraden omgeven. De baarddraden zijn gevoelige opsporingsorganen die gebruikt worden om de plaats waar voedsel aanwezig is te vinden. De Corydoras-meervalletjes zijn hiervan een voorbeeld.pseudotropheus demasoni

Andere vissen leven ook omtrent de bodem, niet om hen voedselgewoonte, maar omdat ze bescherming vinden. Zij geven er de voorkeur tussen stenen en rotsen op de bodem of in de oevers. Veel van de Cichliden (Pseudotropheus, Amatitlania nigrofasciata, Aequidens, Apistogramma, enz) leiden dit soort leven.

De ondergrondse rivieren en grotten met water zijn wel ongewone de blinde holenvisleefplaatsen voor vissen, deze vissen die hier leven zijn niet zelden beroofd van hun gehele gezichtsvermogen of hebben geen ogen meer. Hiervoor hebben ze in de plaats hoogontwikkelde tasorganen en een ongeëvenaarde smaakzin. Het lijkt erop dat zij zelf voorzien zijn van een soort radar, welke voorkomt dat ze bij het zwemmen ergens tegenop botsen. Astyanax fasciatus mexicanus, de blinde holenvis is er één van.

Bepaalde streken van Zuid-Amerika en Afrika kennen wateren welke geheel uitdrogen in het droge kili visjeseizoen. Jonge visjes verschijnen plots zodra het water door de regens weer is teruggekeerd. Bij deze vissen worden de eieren in de modderige bodem gelegd, waarna deze wateren terug opdrogen. Hun ouders leven slechts korte tijd en sterven door het uitdrogen van het water. Deze seizoenvisjes zijn met een beetje geduld niet moeilijk voort te kweken (Cynolebias, Pterolebias, Nothobranchius, enz.


Na het hierboven te hebben besproken, rest ons de vele vissen die bekend zijn bij aquariumliefhebbers over de hele wereld, hun manier van leven te onderzoeken, waardoor we ze verzorgen en hen in best mogelijke conditie houden en om getuige te zijn van de verschillende manieren van voortplanten.

Bron: Encyclopedia of Tropical Fish. Dr.Herbert R.Axelrod


home you tube logo